Optimale kapitaaleisen voor banken

In een recent onderzoek proberen drie economen van de Engelse Centrale Bank  de optimale hoogte van de kapitaalsvereisten voor banken te berekenen. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: ze concluderen dat deze tussen de 16% en 20% van risicogewogen bezittingen ligt. Ter vergelijking: de aangescherpte eisen van Basel III bedragen van 7% kernkapitaal, waarvan 2,5% aangesproken mag worden in moeilijke tijden.

Wat doen ze?

Om  de maatschappelijk optimale hoeveelheid eigen vermogen van banken te kunnen bepalen, moet je twee dingen weten.  Ten eerste wat die verhoging de maatschappij kost doordat de financieringskosten van banken stijgen. Ten tweede wat die verhoging de maatschappij oplevert doordat de kans op een crisis afneemt. Miles en zijn collega’s proberen beide effecten te kwantificeren. 

Eerst schatten ze hoe de aandelenkoers van banken en het risico van de markt met elkaar samenhangen (de zogeheten equity beta) en gaan ze na hoe deze samenhang verandert als de hefboom die banken hanteren verandert. Vervolgens gebruiken ze het werkpaard van de financieringstheorie – het capital asset pricing model – om te voorspellen hoe de financieringskosten van banken veranderen als het eigen vermogen van banken (en dus de hefboom) toeneemt. Ten slotte vertalen ze het effect van hogere financieringskosten in een verlies aan economische productie door uit te gaan van een eenvoudige macroeconomische productiefunctie en enkele schattingen voor elasticiteiten te gebruiken.

Om de voordelen van meer eigen vermogen te bepalen, moeten ze weten wat de kosten van een crisis zijn en hoeveel de kans op een crisis afneemt als het eigen vermogen toeneemt. Wat ze hiervoor doen is schatten met welke kans het BNP met een bepaald percentage daalt. Vervolgens nemen ze aan dat de waarde van bezittingen met hetzelfde percentage daalt.  Ze stellen dat er een bankencrisis is als het eigen vermogen van banken onder nul zakt. Die kans neemt dan dus af als er meer eigen vermogen is. Om de verwachte kosten van een crisis te bepalen, tenslotte, baseren ze zich op resultaten van anderen die historische gegevens over eerdere crises gebruiken.

Wat concluderen ze?

Ze concluderen dat de kosten van meer eigen vermogen niet zo hoog zijn en de voordelen in de vorm van een kleinere kans op een crisis groot zijn. In hun eigen woorden: ‘We find that the amount of equity capital that is likely to be desirable for banks to hold is very much larger than banks have held in recent years and also higher than targets agreed under the Basel III framework’

‘In retrospect we believe a huge mistake was made in letting banks come to have much less equity funding – certainly relative to un-weighted assets – than was normal in earlier times. This was because regulators and governments bought completely the view that “equity capital is scarce and very expensive” – which in some ways is a proposition remarkable in its incoherence (…)

Wat kun je erop aanmerken?

Ten eerste is het lastig om aan de hand van een cross-sectionele vergelijking vast te stellen wat het langetermijneffect van een kleinere hefboom is op de financieringskosten van banken. Verschillen in hefboom tussen banken kunnen veroorzaakt worden door verschillen in karakteristieken, die mogelijk ook samenhangen met het risico van een bank. Er is voor zover ik weet nog geen echt goede studie gedaan die probeert te meten wat dit langetermijneffect. Zo’n studie zou een antwoord bieden op de vraag in welke mate Modigliani en Miller niet geldt voor banken: een klein beetje niet of heel erg niet.

Ten tweede is de doorvertaling van de hogere financieringskosten voor banken naar een lagere economische productie wel heel erg versimpeld. Dat heeft als voordeel dat je goed kan begrijpen wat er gebeurd. Maar het negeert belangrijke effecten. Bedrijven hebben bijvoorbeeld ook andere bronnen dan bankfinanciering en zullen hiervan meer gebruik gaan maken als financiering door banken duurder wordt. Daarnaast zal ook   de samenstelling van de leningenportefeuille van banken verschuiven. Tot slot zijn niet alle leningen per definitie waardevol, denk bijvoorbeeld aan subprime hypotheekleningen. 

Ten derde is het effect van meer eigen vermogen op de kans op een crisis wat mij betreft wel heel erg nattevingerwerk. Er bestaat noch theoretisch noch empirisch enig houvast om hier wat over te zeggen.

Tot slot richt de studie zich op de langetermijneffecten van een hoger eigen vermogen, maar zwijgt over de kortetermijneffecten die met de overgang naar een nieuw niveau gepaard kunnen gaan. 

Conclusie

Het paper is maakt duidelijk wat je moet doen om het optimale niveau van eigen vermogen te bepalen. Op de feitelijke uitkomsten valt echter heel veel af te dingen. Het is de vraag of een eenvoudige back-of-the-envelope berekening niet informatiever is. Nu wekt het een onterechte suggestie van nauwkeurigheid.

Het meest interessant vind ik nog de analyse van de relatie tussen leverage en de financieringskosten van banken. Deze laat zien dat het vereiste rendement op eigen vermogen daalt naarmate banken een lagere hefboom hanteren.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s