Optimale kapitaaleisen en macroprudentieel toezicht

In een vorige post besprak ik een paper van David Miles en twee andere economen van de Engelse centrale bank over de optimale hoeveelheid eigen vermogen bij banken. Ik zei toen dat een back-of-the-envelope berekening misschien nuttiger zou zijn omdat het inzicht kan geven in wat nu echt belangrijk is bij zo’n exercitie. Een eerste stap is daarbij om je af te vragen waar nu eigenlijk de grootste onzekerheid zit. Uit welke bouwstenen bestaat een bepaling van de optimale niveau?

  1. De gevolgen van hogere kapitaaleisen voor de kosten van kapitaal van een bank
  2. De gevolgen van hogere kosten van kapitaal van banken voor de langetermijn economische groei
  3. De gevolgen van meer eigen vermogen voor een lagere kans op een crisis
  4. De kosten van een crisis

Laten we punt 1-4 eens aflopen. Wat betreft het eerste punt zijn veel economen het er over eens dat meer eigen vermogen op de lange termijn tot niet bijster veel hogere financieringskosten leidt. Voor punt twee moeten we weten op welke manier hogere financieringskosten voor banken tot een wat lagere langetermijn economische groei  leiden. Daarvan bestaat ook een aardig beeld. Omdat het om langetermijn effecten gaat – de kortetermijneffecten zijn weer een heel ander verhaal – kun je al een aardig eind de goede richting op komen met wat elasticiteiten. Als het gaat om punt vier bestaan er verschillende empirische onderzoeken die proberen de kosten van financiele crises te kwantificeren. Die studies komen weliswaar tot uiteenlopende schattingen, maar ze laten allemaal zien dat de kosten hoog zijn.

De grootste onzekerheid bestaat er over de derde stap: het effect van meer eigen vermogen op de kans op een financiele crisis. Ik ken  nog geen enkel empirisch of theoretisch onderzoek dat hier houvast biedt. Wat is dus de bottom line? Een veel hoger kapitaalniveau is optimaal als we geloven dat veel meer eigen vermogen de kans op een financiele crisis substantieel verlaagt.

Empirisch en theoretisch inzicht in de kans op een crisis is ook hard nodig om macroprudentieel toezicht goed te kunnen vormgeven. In essentie probeert macroprudentieel toezicht de kans op een financiele crisis te bepalen als functie van allerlei factoren: financiele verbindingen tussen banken, luchtbellen, de financiele toestand van overheden, het niveau van kredietverstrekking, de hefboom die banken hanteren. Telkens is de vraag: hoeveel is optimaal? En telkens is het antwoord: we weten eigenlijk nog niks.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s