Toegevoegde waarde, of speculatieve winst en overheidssubsidies?

Banken hingen aan het overheidsinfuus, het eigen vermogen was sterk aangestast, en tegelijkertijd droegen ze meer bij aan het bruto nationaal product dan in de voorgaande vijf jaar. Zo luidt althans de bizarre strekking van  dit webartikel van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met de titel ‘Sterke stijging toegevoegde waarde bankwezen in 2009’.   

Het CBS bepaalt de toegevoegde waarde van een lening aan de hand van de winst die een bank op zo’n lening maakt. Stel de Rabobank leent mij  200.000 euro tegen een rente van vijf procent voor een periode van tien jaar, terwijl de interbanciare rente drie procent is. Aha zegt het CBS, de toegevoegde waarde van deze lening is vijf min drie is twee procent. Maar na een jaar daalt de interbancaire rente naar twee procent en de hypotheekrente naar vier procent. Terwijl mijn rente van vijf procent voor voor tien jaar vastligt. Volgens het CBS stijgt nu de toegevoegde waarde van mijn lening plotseling naar vijf min twee is drie procent.

En dat is ook precies de reden waarom volgens het artikel de toegevoegde waarde van banken zo is toegenomen. De interbancaire rent is namelijk enorm gedaald, zoals onderstaande figuur laat zien. En dat is weer het directe gevolg van de lage rente die de ECB in rekening brengt. ‘Deze methodiek om de productiewaarde van het bankwezen in de Nationale rekeningen te berekenen wordt internationaal toegepast’, zo stelt het artikel.

Wat gaat er mis? Tegenover de toegenomen winst van banken op bestaande leningen staat het toegenomen verlies van de consumenten en bedrijven die eigenlijk een lagere rente zouden kunnen krijgen. Het CBS rekent wel de winst van de banken mee, maar niet het verlies van de consument die een lagere hypotheekrente zou kunnen krijgen.

Een extreem en gestileerd voorbeeld maakt duidelijk wat hier gebeurt. Stel ik en mijn buurman hebben de volgende deal. Ik leen hem 300 euro en aan het eind van het jaar gooien we kop of munt. Bij kop krijg ik 600 euro terug, bij munt niks. Op het moment dat we de deal aangaan betaal ik 300 euro maar krijg ik naar verwachting ook 300 euro terug. De deal heeft dus een toegevoegde waarde van nul. Stel aan het eind van het jaar wordt het kop. Ik ben mijn 300 euro kwijt en mijn buurman heeft 300 euro gewonnen. Volgens de internationaal toegepaste methodiek zou de toegevoegde waarde van de deal plotseling 300 euro zijn. In werkelijkheid is sprake van een weddenschap met een winnaar en een verliezer. Door de inkomsten van de winnaar als toegevoegde waarde te rekenen maar de verliezer te vergeten, worden speculatieve winsten omgetoverd in zuurverdiende euro’s.

Maar er gaat nog iets belangrijks mis. De rente die systeembanken elkaar rekenen is namenlijk deels zo laag omdat de overheid dergelijke banken koste wat kost van de ondergang zal redden. En de rente op deposito’s zou veel hoger liggen als spaartegoeden niet onder het depositogarantie zouden vallen. Ook voor die garantie betaalt uiteindelijk de overheid. De winsten van banken bestaan dus deels uit overheidssubsidies. Om de toegevoegde waarde van bancaire dienstverlening te bepalen moet je die subsidies er wel vanaf trekken.

Advertisements

One thought on “Toegevoegde waarde, of speculatieve winst en overheidssubsidies?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s