De toegevoegde waarde van de Nederlandse financiële sector: een eerste correctie

In een eerdere post legde ik uit waarom de statistieken over de toegevoegde waarde van de financiële sector te rooskleurig zijn. Maar ik liet niet zien wat het dan wel zou moeten zijn. In deze post doe ik een poging het effect van overheidssubsidies te kwantificeren. De bottom line: de toegevoegde waarde van de Nederlandse financiële sector neemt ongeveer met éénvijfde af.

Onderstaande figuur geeft de toegevoegde waarde van de financiële sector weer zoals uitgerekend door het CBS. Zoals je ziet gaat het om ongeveer 4% van het bbp. Uitgedrukt in euro’s is dat ongeveer 20 miljard euro. De stijging sinds 2009 is een artefact van de wijze waarop de toegevoegde waarde berekend wordt, zoals ik eerder uitlegde.

Nu wil ik  corrigeren voor de grootte van implicitie overheidssubsidies aan de Nederlandse systeembanken. in dit paper schatten Kenichi Ueda (IMF) en Beatrice Weder di Mauro (Mainz) dat grote systeembanken door overheidsgaranties ongeveer 0,6% minder rente betalen. Ik gebruik data van de ECB om de total balans van deNederlandse bancaire sector te bepalen en doe net alsof de hele Nederlandse financiële sector uit systeembanken bestaat. Dat is een overschatting, maar niet een hele grote. Vervolgens trek ik depositofunding en eigen vermogen er vanaf zodat  schuldfinanciering overblijft. Dan resteert ruwweg het deel van hun bezitingen dat Nederlandse banken met schuld moeten financieren (de ‘funding gap’). Onderstaand plaatje laat dit zien.

De stippellijnen in eerste grafiek laten de correctie zien die resulteert als bank over de schuld die nodig is om de funding gap te financieren 0,6% minder rente betalen. De toegevoegde waarde neemt plotseling met 20 tot 30 procentpunt af. 

Daarnaast moet ik nog corrigeren voor het effect dat ik in de vorige post besprak. Door de lagere rente lijkt het net alsof de toegevoegde waarde van banken toeneemt, maar in werkelijkheid is dat niet zo omdat de toegevoegde waarde van bestaande leningen niet meer verandert nadat ze zijn afgesloten. Deze correctie zal een aanzienlijk deel van de stijging in de toegevoegde waarde na 2007 ongedaan maken.

En is er nog een correctie nodig.  Banken nemen niet alleen risico op kosten van de staat, maar ook op kosten van andere banken. Ze creëren systeemrisico. Bijvoorbeeld door een weinig eigen vermogen aan te houden, zich te financieren met kortlopend schuldpapier, of als een kudde allemaal hetzelfde staartrisico te nemen. Banken maken hierdoor hogere winsten, maar dat gaat ten koste van een grotere kans op een financiële crisis. En voor de kosten van zo’n crisis draait uiteindelijk de belastingbetaler op, zoals de huidige crisis duidelijk maakt.

In volgende posts ga ik proberen wat zinnigs te zeggen over de grootte van deze twee correcties.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s